Landbouwgebouw met houten skelet

Architecten

Samyn and Partners architects & engineers

Locatie

La Bruyère

Startdatum

2019

De bouwheer wenst zijn biologische en biodynamische landbouwactiviteiten uit te breiden met de bouw van arbeids- en onthaalruimtes voor seizoenarbeiders. Naast een gezellig tijdelijk verblijf moet de nieuwe infrastructuur deze laatsten een arbeidskader verschaffen dat met de waarde van hun activiteit overeenstemt.
Een landbouwgebouw moet milieuvriendelijk zijn in de brede zin van het woord. De architect heeft de bedoeling om het gebouw niet alleen zo goed mogelijk in het landschap te integreren door een minimale visuele impact te creëren maar ook om het in de landelijke en plaatselijke context in te passen.

Het gebouw dient als ruimtelijk middelpunt in de grote buitenruimte die bepaald wordt door de vier bomenrijen die het noordwestelijke uiteinde van de site omringen. Deze ruimte doet denken aan het erf van een boerderij door het feit dat de meest representatieve activiteiten van de uitbating in deze ruimte geconcentreerd zijn: toegang tot de site, boomgaard, opvangput, waterbekken, mixed border, manoeuvrezone van de arbeidsvoertuigen, loods, enz.
Het ellipsvormige plan van het gebouw is verdeeld in twee concentrische ringvormige volumes. De binnenring neemt de vorm aan van een glazen galerij die de binnentuin omringt. De vertandingen van het ondoorschijnende deel van deze galerij contrasteren met de gladde glazen zijde die uitgeeft op de binnenlandschapstuin. De buitenring herbergt, op het gelijkvloers, de arbeidsruimtes die rechtstreeks in verbinding staan met buiten en, op de verdieping, een collectieve woning met 12 kamers waarvan de ontspanningsruimtes een uitzicht geven op de onderste galerij via de vertande glazen wanden.

De boogvorm van het dak verzacht het volume en maximaliseert zowel de vrije hoogte in de kamers als de visuele verbinding tussen de woonruimtes op de verdieping en de galerij op het gelijkvloers.
De kamers zijn naar het oosten gericht en genieten zo van de zon die over het omgevende landbouwlandschap schijnt. Het gelijkvloers, dat aan de productie gewijd is, is georganiseerd in meerdere zones die met de glazen galerij in contact staan. Een eerste zone neemt de west- en zuidkwadranten in. Ze is bestemd voor het wassen, het verpakken en het opslaan van de oogsten. In het zuidwestkwadrant van deze zone bevindt zich een labo voor biologisch-dynamische landbouw.
Een tweede zone, het noordwestkwadrant, bestaat uit kantoorruimtes die noodzakelijk zijn voor het administratieve beheer en het productiebeheer van de site.
De sanitaire ruimtes, ten slotte, die in alle mobiliteitsomstandigheden toegankelijk zijn, bevinden zich aan de uiteinden van de zones.

De verdieping strekt zich uit over de halvemaan die vrijgelaten wordt in het oosten door de ruimtes met dubbele hoogte die het westelijke deel van het volume innemen (zones voor biologisch-dynamische landbouw en werkplaatsen).
Een collectieve woning met 12 kamers is bedoeld voor de tijdelijke huisvesting van de seizoenarbeiders. De aanwezigheid van deze laatsten op de site vermijdt een grote dagelijkse voertuigenstroom in de naburige plattelandswijken.